Pim en de verdwenen fiets

Bibliotheek.org · Voorleesboek

Dit verhaal is geschreven met behulp van AI.

Inhoud
  1. Voor wie is dit boek?
  2. Thema's
  3. Over dit boek
  4. Verder lezen

Pim en de verdwenen fiets is een vrolijk voorleesboek over een jongen van zes die maar één ding wil: fietsen zonder zijwieltjes. Twaalf korte hoofdstukken, elk een klein avontuur, samen één grote zoektocht.

Het is zaterdag, de dag waar Pim de hele week naar heeft uitgekeken. Gisteravond heeft Papa de zijwieltjes van zijn nieuwe rode fiets gedraaid. Om vier uur, als Papa thuiskomt van zijn werk, gaan ze samen oefenen. Maar als Pim 's ochtends de voortuin in rent, staat er niets meer bij de heg. Alleen een lege plek in het gras, en een vreemd spoor in de natte aarde.

Samen met zijn zusje Saar, buurvrouw Oma Truus en haar hondje Bonkie gaat Pim op zoek. Bonkie heeft een goede neus, maar vooral voor kaas, tulpen en katten. Onderweg ontmoeten ze een postbode die vroeg op pad was, een kaasboer met een krulsnor, een bloemenverkoopster, een heel lange ballonnenman, een meisje dat al kan fietsen, een bibliothecaris, een man die op een boot woont en een brugwachter met een kop thee. Iedereen weet een stukje. En Saar lijkt ook iets te weten, maar ze krijgt het maar niet gezegd.

Voor wie is dit boek?

Het boek is bedoeld om voor te lezen aan kinderen van 4 tot 7 jaar. Een hoofdstuk duurt ongeveer tien minuten, precies goed voor het slapengaan. De zinnen zijn kort, er wordt veel gepraat en er gebeurt in elk hoofdstuk iets grappigs. Kinderen die zelf beginnen te lezen, kunnen het vanaf ongeveer AVI M4 zelf proberen, eventueel samen met een volwassene. Lees ook onze tips over voorlezen.

Thema's

  • Iets kwijtraken en blijven zoeken
  • Leren fietsen, vallen en weer opstaan
  • Broertjes en zusjes: luisteren naar elkaar
  • Delen en eerlijk zijn
  • Buren en vriendelijke mensen in je eigen stad

Over dit boek

Pim is herkenbaar voor elk kind dat iets heel graag wil kunnen. Het verhaal laat zien dat leren fietsen niet in één keer lukt, en dat dat niet erg is. Tegelijk gaat het over een misverstand dat niemands schuld is, en over wat je doet als een ander kind iets nodig heeft dat van jou is. Na het voorlezen zijn er genoeg vragen om samen over te praten: waarom zegt Saar het niet meteen? Wat zou jij doen als je Pim was?

Het verhaal speelt in een gewone Nederlandse stad, met een zaterdagmarkt op het Kerkplein, een park met een speeltuin, een bibliotheek en een draaibrug over het kanaal.

Verder lezen

Hoofdstukken

  1. 1. De lege plek
  2. 2. De rode strik
  3. 3. Kaas op de markt
  4. 4. Tulpen voor niemand
  5. 5. Waar is Saar?
  6. 6. De rode fiets in de speeltuin
  7. 7. Regen in de bibliotheek
  8. 8. De blauwe deur
  9. 9. De brug gaat open
  10. 10. Dat is mijn fiets!
  11. 11. Twee jongens, één fiets
  12. 12. Pim fietst

Bijgewerkt: