Leeszaal

Inhoud
  1. Twee soorten leeszalen
  2. Regels in een bijzondere leeszaal
  3. Herkomst: de openbare leeszaal
  4. Leeszaal in een andere betekenis
  5. Veelgestelde vragen

Een leeszaal is een ruimte in een bibliotheek waar je boeken, kranten en tijdschriften ter plekke leest, zonder ze mee naar huis te nemen. In wetenschappelijke bibliotheken en de Koninklijke Bibliotheek is de leeszaal de plek waar je materiaal uit het magazijn of uit bijzondere collecties inziet. In openbare bibliotheken is de leeszaal vaak een stille studieruimte.

Twee soorten leeszalen

De algemene leeszaal is een rustige ruimte met tafels, stoelen en vaak naslagwerken, kranten en tijdschriften. Je kunt er studeren, werken aan een laptop of de krant lezen. In veel openbare bibliotheken heet dit tegenwoordig een studieplek of stilte-ruimte; meer daarover lees je bij studeerplekken.

De bijzondere leeszaal is bedoeld voor kwetsbaar of waardevol materiaal, zoals handschriften, incunabelen, oude kaarten en archiefstukken. Daar gelden strengere regels, omdat het materiaal uniek is en niet beschadigd mag raken.

Regels in een bijzondere leeszaal

Wie in een erfgoedleeszaal werkt, krijgt vaak met deze afspraken te maken:

  • je vraagt het materiaal vooraf aan via de catalogus;
  • jassen en tassen gaan in een kluisje;
  • je schrijft alleen met potlood, nooit met pen;
  • boeken liggen op speciale steunen of kussens, zodat de rug niet breekt;
  • handschoenen zijn meestal niet nodig: schone, droge handen zijn veiliger voor papier, omdat je met handschoenen minder voelt;
  • fotograferen zonder flits is vaak toegestaan, maar vraag het na.

Bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag kun je als lid materiaal inzien in de leeszalen. Hoe je de KB bezoekt, lees je bij de KB bezoeken.

Herkomst: de openbare leeszaal

Het woord leeszaal heeft in Nederland een bijzondere geschiedenis. Rond 1900 ontstonden de eerste 'openbare leeszalen': ruimten waar iedereen gratis kranten, tijdschriften en boeken kon lezen, naar Engels en Amerikaans voorbeeld. De eerste openbare leeszaal opende in 1892 in Utrecht, gevolgd door onder meer Dordrecht in 1899. Daaruit groeiden de openbare bibliotheken van nu. Veel bibliotheken heetten lang 'Openbare Leeszaal en Bibliotheek'. Meer over die ontwikkeling lees je bij de geschiedenis van het bibliotheekwezen en bij openbare bibliotheek.

Leeszaal in een andere betekenis

In sommige steden heten buurtinitiatieven waar bewoners zelf een boekencollectie, koffie en activiteiten organiseren ook 'leeszaal'. Ze zijn geen officiƫle bibliotheek, maar knopen bewust aan bij het oude idee van een vrij toegankelijke leesplek.

Veelgestelde vragen

Moet ik lid zijn om een leeszaal te gebruiken?

In openbare bibliotheken meestal niet: iedereen mag er lezen en studeren. Voor bijzondere collecties en de KB heb je vaak wel een lidmaatschap of registratie nodig.

Mag ik boeken uit de leeszaal lenen?

Nee. Materiaal in een leeszaal is alleen ter plekke te raadplegen. Dat geldt ook voor naslagwerken in openbare bibliotheken.

Waarom moet ik potlood gebruiken?

Inkt kan onherstelbare vlekken maken op oude boeken en documenten. Potlood is uit te gummen.

Bijgewerkt: