Jip en Janneke
Inhoud
Jip en Janneke van Annie M.G. Schmidt, met tekeningen van Fiep Westendorp, is een van de bekendste voorleesboeken van Nederland. In korte verhaaltjes beleven twee buurkinderen kleine avonturen in en rond huis. De verhalen verschenen eerst in de krant Het Parool en kwamen vanaf 1953 in boekvorm uit. Ze worden nog altijd gelezen door ouders en kleuters.
| Auteur | Annie M.G. Schmidt (1911–1995) |
|---|---|
| Illustraties | Fiep Westendorp (1916–2004) |
| Verschenen | In Het Parool van 1952 tot 1957; eerste bundel in 1953, De Arbeiderspers |
| Genre | Voorleesverhalen voor peuters en kleuters |
| Leeftijd | Voorlezen vanaf ongeveer 2 à 3 jaar, zelf lezen vanaf groep 3 |
| Huidige uitgever | Querido |
Waar gaat Jip en Janneke over?
Jip en Janneke zijn buurkinderen. In het eerste verhaal kruipt Jip door een gat in de heg en ontmoet hij Janneke, die net naast hem is komen wonen. Vanaf dat moment spelen ze bijna elke dag samen. Ze hebben een hondje, Takkie, en een poes, Siepie.
De verhalen gaan over dingen die kleine kinderen herkennen: spelen in de tuin, verkleden, ziek zijn, jarig zijn, op bezoek gaan, ruzie maken en het weer goedmaken. Vaak komt Jips moeder voor, die zich over de ondeugd van de twee kinderen verbaast of er juist om lacht. Elk verhaal is maar een paar bladzijden lang en eindigt meestal vrolijk.
Samenvatting
Let op: spoilers. Hieronder lees je in grote lijnen wat er in de verhalen gebeurt.
Er is geen doorlopend verhaal: elk verhaaltje staat op zichzelf. Het eerste verhaal, waarin Janneke de nieuwe buurvrouw van Jip wordt, verscheen op 13 september 1952 in Het Parool. Daarna volgden er vijf jaar lang verhaaltjes, tot september 1957. Jip en Janneke spelen vadertje en moedertje, doen alsof ze dokter zijn, zetten de boel op stelten in huis, gaan naar de dierentuin of het strand en vieren Sinterklaas. Ze doen wel eens iets stouts, maar het loopt altijd goed af.
De verhalen werden gebundeld in boekjes. De eerste bundel, Jip en Jan-ne-ke, verscheen in 1953 bij De Arbeiderspers; tot 1960 volgden er nog zeven. Later kwamen er nieuwe uitgaven in vijf delen en verzamelbundels, die nog steeds verkrijgbaar zijn.
Thema's en motieven
- Vriendschap. Jip en Janneke zijn onafscheidelijk, ook na een ruzie.
- De wereld van een kleuter. De verhalen nemen kleine gebeurtenissen serieus: een gat in de heg, een nieuw speelgoedje, een regenachtige dag.
- Fantasie en spel. Veel verhalen draaien om doen-alsof.
- Ondeugd zonder straf. De kinderen zijn soms stout, maar volwassenen reageren meestal mild.
- Jongen en meisje. Jip en Janneke spelen meestal samen met alles. In sommige verhalen klinken wel de rolpatronen van de jaren vijftig door, bijvoorbeeld in wat moeders en vaders doen.
Personages
- Jip: een jongetje, nieuwsgierig en vaak de bedenker van een plan.
- Janneke: zijn buurmeisje, net zo ondernemend als Jip.
- Takkie: het hondje.
- Siepie: de poes.
- Jips moeder: komt het vaakst voor van de volwassenen.
Stijl
Annie M.G. Schmidt schreef in heel korte zinnen, met veel herhaling en dialoog. Dat maakt de verhalen ideaal voor peuters, die verhalen vooral via het oor volgen. Volgens de overlevering schreef ze een verhaaltje vaak in een paar minuten op de drukke krantenredactie. De eenvoud is zo bekend dat het woord jip-en-janneketaal in het Nederlands is opgenomen: daarmee bedoelt men begrijpelijke, eenvoudige taal, bijvoorbeeld in brieven van de overheid.
Fiep Westendorp tekende Jip en Janneke als zwarte silhouetten, omdat dat goed afdrukte in de krant. Die tekeningen zijn net zo beroemd geworden als de tekst. In de jaren zeventig maakte ze voor het tijdschrift Bobo nieuwe illustraties met kleur, waarin Jip en Janneke zelf zwart bleven.
Ontvangst en bewerkingen
Jip en Janneke werden een begrip. Vanaf 1959 verscheen er merchandise, van gordijnen tot puzzels en pyjama's. De verhalen zijn vertaald in onder meer het Engels, Duits, Pools, Spaans, Russisch, Hebreeuws, Indonesisch en Chinees, en er bestaat zelfs een Latijnse vertaling, Jippus et Jannica (2000). In Zaltbommel staat sinds 1992 een beeld van Jip, Janneke en Takkie, en in Stadskasteel Zaltbommel is een vaste tentoonstelling over Fiep Westendorp.
Annie M.G. Schmidt schreef later nog veel meer voor kinderen, zoals Pluk van de Petteflet en Otje.
Waarom lees je het vandaag nog?
De verhalen zijn kort, herkenbaar en geestig. Ze zijn geschikt om voor te lezen aan heel jonge kinderen, en ouders herkennen ze vaak uit hun eigen jeugd. Voorlezen helpt de taalontwikkeling; lees meer over voorlezen en over BoekStart voor baby's en peuters.
Tips voor je boekverslag
- Kies drie verhaaltjes en vergelijk waar ze over gaan.
- Bespreek hoe Annie M.G. Schmidt schrijft: hoe lang zijn de zinnen, hoeveel dialoog is er?
- Kijk naar de silhouettekeningen van Fiep Westendorp. Wat voegen ze toe?
- Zoek uit wat jip-en-janneketaal betekent en waar je het tegenkomt.
- Ga na welke dingen ouderwets zijn, bijvoorbeeld in rolpatronen of huishouden.
De boeken zijn te leen bij de bibliotheek, in de afdeling voor de allerjongsten. Kinderen zijn meestal gratis lid; lees meer over het jeugdlidmaatschap. Meer jeugdboeken staan bij de klassiekers.
Veelgestelde vragen
Wie schreef Jip en Janneke?
Annie M.G. Schmidt schreef de verhalen, Fiep Westendorp maakte de tekeningen. Ze verschenen van 1952 tot 1957 in Het Parool.
Hoe heten de hond en de poes van Jip en Janneke?
Het hondje heet Takkie en de poes heet Siepie.
Wat is jip-en-janneketaal?
Eenvoudige, begrijpelijke taal zonder moeilijke woorden. De term is genoemd naar de korte, heldere zinnen van de verhalen.
Waarom zijn Jip en Janneke zwart getekend?
Fiep Westendorp tekende ze als silhouetten omdat zwarte figuren goed afdrukten in de krant.
Bijgewerkt: