Bibliotheekarchitectuur door de eeuwen heen
Inhoud
Een bibliotheekgebouw laat zien hoe een samenleving over kennis denkt. In de zestiende eeuw lagen boeken vastgeketend op lessenaars, in de zeventiende eeuw kwamen zalen met boeken langs de wanden, en rond 1900 de openbare leeszaal. Tegenwoordig is een bibliotheek vaak een open huiskamer van de stad, met meer zitplekken dan boekenkasten. Op deze pagina zie je die ontwikkeling aan de hand van Nederlandse en buitenlandse voorbeelden.
1. Lessenaars en kettingen
In middeleeuwse klooster- en kerkbibliotheken waren boeken kostbaar en zeldzaam. Ze lagen op schuine lessenaars en zaten vaak met een ketting vast, zodat niemand ze kon meenemen. De Librije in Zutphen (1561–1564) is daar een van de weinige complete, bewaarde voorbeelden van, op haar oorspronkelijke plek. Ook de Universiteitsbibliotheek Leiden had rond 1600 geketende boeken aan lange rekken. Licht was belangrijk: ramen stonden haaks op de lessenaars, zodat je bij daglicht kon lezen.
2. De zaalbibliotheek
Toen er meer boeken kwamen, verhuisden ze van de lessenaar naar kasten langs de muur. Je las in dezelfde ruimte waar de boeken stonden. De Bibliotheca Thysiana in Leiden (1655) is een vroeg voorbeeld van zo'n zaalbibliotheek. Deze opzet groeide in de achttiende eeuw uit tot de beroemde barokke en rococozalen, met galerijen, fresco's en vergulde kasten. Denk aan de Stiftsbibliothek in Sankt Gallen (1758–1767), de bibliotheekzaal van Admont (1776) en de Biblioteca Joanina in Coimbra (1717–1728). Die zalen waren ook statussymbolen van vorsten en abten.
3. Leeszaal en magazijn
In de negentiende eeuw werd de collectie zo groot dat ze niet meer in één zaal paste. Grote bibliotheken kregen een scheiding tussen een leeszaal voor het publiek en een magazijn waar de boeken compact werden opgeslagen. Bekende voorbeelden zijn de ronde Reading Room van het British Museum en de Rose Main Reading Room van de New York Public Library (1911). De openbare leeszalen die vanaf 1892 in Nederland opkwamen, waren bescheidener, maar volgden hetzelfde idee: rustig lezen aan tafels, boeken aanvragen bij de balie.
4. Open opstelling
Na de Tweede Wereldoorlog kwam de open opstelling: lezers mochten zelf langs de kasten lopen en kiezen. Gebouwen werden lichter en opener, met grote glazen gevels en flexibele vloeren. De Centrale Bibliotheek Rotterdam (1983) van Jaap Bakema en Hans Boot is daar een uitgesproken voorbeeld van: een open, transparant gebouw met zichtbare techniek in de vorm van gele buizen. Lees meer bij de mooiste bibliotheken van Nederland.
5. De bibliotheek als huiskamer en 'derde plek'
Sinds ongeveer 2000 verschuift de nadruk van collectie naar mensen. De bibliotheek wordt een 'derde plek' naast thuis en werk: een plek om te studeren, te werken, elkaar te ontmoeten en activiteiten te volgen. Dat past bij de vijf functies in de bibliotheekwet, waaronder ontmoeting en debat. In de cijfers zie je het terug: de collectie van de openbare bibliotheken kromp volgens het CBS van 44,5 miljoen items in 1990 naar 24,0 miljoen in 2024, terwijl het aantal activiteiten in 2024 bijna 398.000 bedroeg.
Gebouwen worden daardoor vaker gedeeld met andere functies: filmhuis, debatcentrum, muziekschool of gemeentelijke loketten. Het Forum Groningen (2019) combineert een bibliotheek met onder meer een filmtheater en een debatcentrum. Internationaal is Oodi in Helsinki (2018) een voorbeeld: een begane grond met zalen en een bioscoop, een tweede verdieping met studio's en een makerspace, en de boeken vooral op de bovenste verdieping.
6. Herbestemming
Veel nieuwe bibliotheken zitten in oude gebouwen: fabrieken, kerken, postkantoren of stations. Herbestemming is duurzaam en geeft karakter. De LocHal in Tilburg, een locomotievenhal uit 1932, werd in 2019 World Building of the Year. Lees meer over de bibliotheek daar bij Tilburg.
7. Iconen en kritiek
Sommige recente bibliotheken zijn vooral bedoeld als icoon voor een stad. De Tianjin Binhai Library van het Rotterdamse MVRDV (2017) ging de wereld over met haar golvende boekenwanden, maar kreeg kritiek toen bleek dat veel bovenste planken niet bereikbaar waren en ruggen op de wand waren geprint. In Nederland ontwierp Winy Maas van datzelfde bureau de Boekenberg in Spijkenisse (2012), waar de boeken wel binnen handbereik staan.
Wat maakt een goed bibliotheekgebouw?
Architecten en bibliothecarissen noemen vaak dezelfde punten:
- Daglicht en akoestiek: stille studieplekken naast levendige ruimtes.
- Flexibiliteit: ruimtes die je kunt aanpassen als het gebruik verandert.
- Toegankelijkheid: drempelvrij, duidelijk vindbaar, ook voor kinderen en ouderen.
- Duurzaamheid: zuinige installaties of hergebruik van een bestaand gebouw.
- Uitnodigend: een gevel waar je doorheen kunt kijken en een entree die laagdrempelig voelt.
Ook technologie speelt mee. Zelfbedieningszuilen en inleverautomaten maken balies kleiner; zie zelfbediening en open bibliotheek.
Veelgestelde vragen
Waarom hebben moderne bibliotheken minder boeken?
Omdat een groter deel van het gebruik digitaal gaat en bibliotheken meer ruimte maken voor studieplekken en activiteiten. De collectie van Nederlandse openbare bibliotheken halveerde volgens het CBS tussen 1990 en 2024.
Wat is een zaalbibliotheek?
Een bibliotheek waarin de boeken in kasten langs de wanden staan en je ze in dezelfde ruimte leest. De Bibliotheca Thysiana in Leiden (1655) is een vroeg Nederlands voorbeeld.
Welk Nederlands bibliotheekgebouw is internationaal bekroond?
De LocHal in Tilburg won in 2019 onder meer World Building of the Year, een BNA-prijs, een Dutch Design Award en een Dezeen Award.
Bijgewerkt: