Titaantjes

Inhoud
  1. Waar gaat Titaantjes over?
  2. Samenvatting
  3. Thema's en motieven
  4. Personages
  5. Stijl
  6. Ontvangst
  7. Waarom lees je het vandaag nog?
  8. Tips voor je leesdossier
  9. Veelgestelde vragen

Titaantjes is een lang verhaal van Nescio over een groep jonge vrienden in Amsterdam die de wereld willen veranderen en daar niet in slagen. Het is kort (ongeveer dertig bladzijden), maar geldt als een van de mooiste prozateksten uit de Nederlandse literatuur. De weemoed om verloren jeugdidealen maakt het verhaal tijdloos.

AuteurNescio, pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh (1882–1961)
VerschenenJuni 1915 in het tijdschrift Groot-Nederland; in 1918 in de bundel Dichtertje. De uitvreter. Titaantjes
GenreVerhaal (novelle)
OmvangOngeveer dertig bladzijden, dertien korte hoofdstukken
Tijd en plaatsAmsterdam en omgeving, begin 20e eeuw

Waar gaat Titaantjes over?

Vijf jonge mannen komen samen op de zolder van Kees Ploeger in Amsterdam. Ze praten urenlang over hoe slecht de burgerlijke maatschappij is, over kunst, God en de natuur. Ze maken lange wandelingen langs de dijken rond de stad en dromen ervan iets groots te doen. Wat dat precies moet zijn, weten ze niet.

De verteller, Koekebakker, kijkt terug op die tijd. Hij vertelt met humor en tederheid over hun idealen, en met weemoed over wat ervan terechtkwam. De titel zegt al veel: de Titanen uit de Griekse mythologie kwamen in opstand tegen de goden en verloren. Deze jongens zijn "titaantjes": kleine rebellen.

Samenvatting

Let op: spoilers. Hieronder lees je wat er in het verhaal gebeurt, inclusief het einde.

In het begin vertelt Koekebakker in de wij-vorm over de vriendengroep. Ze verachten de gewone burger met zijn kantoorbaan en zijn zondagse kleren. Even overwegen ze maatschappijhervormers te worden. Ze bezoeken de kolonie van Frederik van Eeden, maar dat bezoek levert niets op.

Vanaf ongeveer het zesde hoofdstuk staat Koekebakker zelf centraal en gaat hij over op de ik-vorm. De vrienden gaan langzaam hun eigen weg. De meesten passen zich toch aan en worden net zulke keurige burgers als die ze vroeger bespotten. Het tragischst vergaat het de schilder Bavink, die probeert de zon op het water te schilderen en daar niet in slaagt. Hij schildert de zon tientallen keren en raakt uiteindelijk zijn verstand kwijt; hij wordt opgenomen in een inrichting.

Koekebakker ontsnapt aan zowel de waanzin als de burgerlijkheid. Op een brug bij Rhenen heeft hij een soort mystieke ervaring en vindt hij rust. Hij beseft dat hun idealen nooit werkelijkheid zijn geworden, maar dat de jongensdromen toch iets waardevols hadden. Het verhaal eindigt met een gedachte van God die de jongens, juist om hun onhandige idealisme, liever heeft dan de wijze, belangrijke heren.

Thema's en motieven

  • Jeugdidealen en desillusie. De kern van het verhaal: grote dromen die door het gewone leven worden ingehaald.
  • Burgerlijkheid. De vrienden zetten zich af tegen de burger, maar worden het vaak zelf.
  • Natuur. Lange wandelingen, de wolken, het licht op het water en de dijken rond Amsterdam zijn bij Nescio altijd een plek van vrijheid en verwondering.
  • Waanzin. Bavinks streven naar het onbereikbare loopt uit op gekte.
  • God en het eeuwige. Achter de ironie zit een zoektocht naar iets wat groter is dan het dagelijks leven.

Personages

  • Koekebakker: de verteller, ironisch en gevoelig, uiteindelijk rustig en wijs.
  • Bavink: schilder, de meest bevlogen en kwetsbare van de groep.
  • Kees Ploeger: op wiens zolder de vrienden samenkomen.
  • Bekker en Hoyer: andere leden van de vriendengroep, met elk hun eigen opvattingen.

Stijl

Nescio schrijft eenvoudig, ritmisch en vol ironie, met spreektaal en lange opsommingen. Zijn natuurbeschrijvingen zijn beroemd: licht, wolken en water worden met een paar woorden voelbaar. De toon is tegelijk grappig en melancholiek. Door de wisseling van wij-vorm naar ik-vorm zie je hoe de groep uit elkaar valt.

Ontvangst

De bundel uit 1918 verscheen in een kleine oplage en werd lang nauwelijks opgemerkt. Pas later werd Nescio herontdekt en kreeg hij een cultstatus, zeker vanaf de jaren 1940 en 1950. Nescio, die overdag in het bedrijfsleven werkte, schreef weinig, maar zijn werk wordt nog altijd herdrukt. In 1983 verscheen een verfilming van Titaantjes, die ook als televisieserie door de KRO werd uitgezonden.

Waarom lees je het vandaag nog?

Iedereen die ooit met vrienden heeft gedroomd over hoe het leven anders kon, herkent zich in deze jongens. Het verhaal is kort, maar je blijft erover nadenken. Het is een ideale keuze als je weinig tijd hebt, maar wel een echt literair werk wilt lezen.

Tips voor je leesdossier

  • Bespreek de betekenis van de titel en de verwijzing naar de Titanen.
  • Let op de overgang van wij-vorm naar ik-vorm: wat zegt die over de groep?
  • Vergelijk het lot van Bavink met dat van Koekebakker.
  • Zoek natuurbeschrijvingen en leg uit welke rol ze spelen.
  • Lees ook De uitvreter en Dichtertje, die in dezelfde bundel staan, of vergelijk Titaantjes met Kaas, dat ook over een Amsterdamse kantoorman gaat.

Het verhaal is te leen bij de bibliotheek en als e-book. Meer boeken uit deze periode vind je bij de klassiekers.

Veelgestelde vragen

Wat betekent de titel Titaantjes?

De Titanen waren reuzen uit de Griekse mythologie die tegen de goden in opstand kwamen en verloren. Het verkleinwoord "titaantjes" geeft ironisch aan dat de jongens kleine rebellen zijn wier opstand gedoemd is te mislukken.

Wie is Nescio?

Nescio, Latijn voor "ik weet het niet", is het pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh (1882–1961). Hij werkte in het bedrijfsleven en schreef in zijn vrije tijd.

Hoe loopt het af met Bavink?

De schilder Bavink probeert de zon te schilderen, slaagt daar niet in en raakt zijn verstand kwijt. Hij wordt opgenomen in een inrichting.

Hoe lang is Titaantjes?

Het verhaal telt ongeveer dertig bladzijden. Je kunt het dus in een avond lezen.

Bijgewerkt: