Gijsbrecht van Aemstel
Inhoud
Gijsbrecht van Aemstel is het bekendste toneelstuk van Joost van den Vondel en een van de beroemdste werken uit de Gouden Eeuw. Het treurspel speelt zich af tijdens de kerstnacht van 1304, wanneer Amsterdam door vijanden wordt ingenomen. Eeuwenlang werd het stuk elk jaar rond Nieuwjaar in Amsterdam opgevoerd.
| Auteur | Joost van den Vondel (1587–1679) |
|---|---|
| Verschenen | 1637; première op 3 januari 1638 |
| Genre | Treurspel (tragedie) in vijf bedrijven, in verzen |
| Gelegenheid | Opening van de Schouwburg van Jacob van Campen aan de Keizersgracht in Amsterdam |
| Voorbeeld | Het tweede boek van de Aeneis van Vergilius (de val van Troje) |
Waar gaat Gijsbrecht van Aemstel over?
Gijsbrecht van Aemstel, heer van Amsterdam, is verbannen geweest omdat hij betrokken zou zijn bij de moord op graaf Floris V. Nu is hij terug, maar de stad wordt belegerd door een Hollands-Kennemer leger. Op de dag voor Kerstmis lijkt het beleg opgeheven: de vijand trekt zich terug. Het volk viert feest en de kerstnacht kan beginnen.
Vondel maakt van een stuk Amsterdamse geschiedenis een tragedie over trouw, geloof en noodlot. Hij liet zich inspireren door het verhaal van de val van Troje: ook hier lijkt de stad veilig, terwijl het gevaar al binnen de muren is.
Samenvatting
Let op: spoilers. Hieronder lees je wat er in het stuk gebeurt, inclusief het einde.
Een man, Vosmeer, meldt zich als overloper en vertelt dat de vijand vertrokken is. Hij is in werkelijkheid een spion. Een vrachtschip dat onschuldig lijkt, wordt de stad binnengehaald, maar in het ruim zitten soldaten verborgen, zoals in het paard van Troje. In de kerstnacht komen ze naar buiten en openen ze de poorten voor het belegeringsleger.
Gijsbrecht vecht dapper, maar de stad valt. In het klooster van de Clarissen en in de kerk wordt een bloedbad aangericht; ook bisschop Gozewijn, de oom van Gijsbrecht, wordt bij het altaar gedood. Badeloch, Gijsbrechts vrouw, smeekt haar man om haar en de kinderen niet alleen te laten. Gijsbrecht wil eerst tot de dood vechten.
Dan verschijnt de engel Rafaël. Hij beveelt Gijsbrecht de stad te verlaten en met zijn gezin naar Pruisen te trekken, waar hij een nieuwe stad zal stichten. Rafaël voorspelt bovendien dat Amsterdam later groot en machtig zal worden. Gijsbrecht gehoorzaamt en vertrekt.
Thema's en motieven
- Trouw en plicht. Gijsbrecht wil zijn stad niet verlaten; pas de engel overtuigt hem dat zijn plicht elders ligt.
- Gods voorzienigheid. Het verlies van de stad maakt deel uit van een groter plan, met een glorieuze toekomst voor Amsterdam.
- Liefde en familie. Badeloch is een sterke vrouw die voor haar kinderen en haar man vecht.
- Katholiek geloof. De kerstnacht, de nonnen en de bisschop gaven het stuk een katholieke kleur, wat in protestants Amsterdam kritiek opleverde.
Personages
- Gijsbrecht van Aemstel: heer van Amsterdam, moedig en trots.
- Badeloch: zijn vrouw, liefdevol en vastberaden.
- Gozewijn: bisschop en oom van Gijsbrecht.
- Vosmeer: de spion die de vijand helpt binnen te komen.
- Rafaël: de engel die het slot bepaalt.
Stijl
Vondel schreef het stuk in alexandrijnen: versregels van twaalf of dertien lettergrepen met een rust in het midden. Elk bedrijf wordt afgesloten met een rei, een koor dat commentaar geeft op de gebeurtenissen. De bekendste is de rei van de Clarissen, die begint met "O Kersnacht, schooner dan de dagen". Veel gebeurtenissen, zoals de gevechten, worden niet getoond maar door boden verteld, volgens de klassieke regels van het treurspel.
Ontvangst en traditie
Het stuk opende de nieuwe Amsterdamse Schouwburg. Van 1641 tot 1968 werd Gijsbrecht van Aemstel vrijwel jaarlijks rond Nieuwjaar opgevoerd in Amsterdam. Rond 1968 gold het stuk als symbool van ouderwets toneel en kwam er een einde aan de traditie. Daarna volgden nog incidentele, vaak vernieuwende opvoeringen. In de twintigste eeuw gingen bovendien veel eindexamenklassen naar een voorstelling in de Amsterdamse Schouwburg.
Waarom lees je het vandaag nog?
Het stuk laat zien hoe de Gouden Eeuw naar het eigen verleden keek en hoe toneel toen werkte. De vragen over vluchten of blijven, en over wat je voor je stad of familie overhebt, zijn actueel. Voor je literatuurlijst is het een stevig, maar waardevol oud werk.
Tips voor je leesdossier
- Lees een hertaling naast de oorspronkelijke tekst, die gratis staat bij de DBNL.
- Vergelijk het stuk met het verhaal van Troje: welke elementen nam Vondel over?
- Bespreek de rol van de reien en van de bodeverslagen.
- Manuscripten en portretten van Vondel zie je in het Literatuurmuseum; oude drukken zoek je via Delpher.
- Een ander oud werk voor je lijst is Sara Burgerhart.
Bekijk alle werken per periode in het overzicht van klassiekers.
Veelgestelde vragen
Wanneer werd Gijsbrecht van Aemstel voor het eerst opgevoerd?
Op 3 januari 1638, bij de opening van de Amsterdamse Schouwburg. De première was oorspronkelijk voor Kerstmis 1637 gepland, maar werd uitgesteld.
Is Gijsbrecht van Aemstel een waar verhaal?
Gijsbrecht IV van Amstel bestond echt, en Amsterdam werd in die tijd belegerd. De inname in de kerstnacht van 1304 zoals Vondel die beschrijft is echter grotendeels verzonnen.
Waarom werd het stuk elk jaar opgevoerd?
Het werd een Amsterdamse traditie om het stuk rond Nieuwjaar te spelen. Dat gebeurde van 1641 tot 1968 vrijwel ieder jaar.
Hoe eindigt Gijsbrecht van Aemstel?
De engel Rafaël beveelt Gijsbrecht de verloren stad te verlaten en naar Pruisen te trekken. Hij voorspelt dat Amsterdam later een wereldstad zal worden.
Bijgewerkt: