De tranen der acacia's
Inhoud
De tranen der acacia's is de eerste grote roman van Willem Frederik Hermans. Het boek speelt zich af tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam en Brussel. Het is een verwarrend, somber en provocerend verhaal waarin niemand te vertrouwen is en de grens tussen goed en fout verdwijnt.
| Auteur | Willem Frederik Hermans (1921–1995) |
|---|---|
| Verschenen | 1949, uitgeverij Van Oorschot (de eerste helft eerder als feuilleton in Criterium, 1946–1947) |
| Genre | Roman (oorlogsroman) |
| Tijd en plaats | Amsterdam (1944–1945) en Brussel (na de bevrijding) |
| Opbouw | 21 hoofdstukken, met twee verhaallijnen die samenkomen |
Waar gaat De tranen der acacia's over?
Arthur Muttah is een jonge Amsterdammer. In de laatste oorlogsjaren gelooft hij dat zijn oudere vriend Oskar Ossegal een held van het verzet is, die een Duitse officier heeft gedood. Maar Oskar verdwijnt, en over wat hij precies heeft gedaan gaan steeds andere verhalen rond. Was hij een verzetsheld, een lafaard of een verrader?
Arthur raakt verstrikt in geruchten, leugens en verdachtmakingen. Ook zijn halfzus Carola speelt een onduidelijke rol. Na de bevrijding reist Arthur naar zijn vader in Brussel, maar ook daar vindt hij geen houvast. Het boek gaat over de onmogelijkheid om de waarheid te kennen, over anderen en over jezelf.
Samenvatting
Let op: spoilers. Hieronder lees je wat er in het verhaal gebeurt, inclusief het einde.
De roman volgt om beurten Oskar en Arthur. Oskar wordt op zijn veertigste verjaardag gearresteerd terwijl hij een SS-uniform naar een verzetsgroep brengt. In de gevangenis zit hij met andere gevangenen in een cel; een van hen wordt later gefusilleerd in de overtuiging dat Oskar een verrader is.
In Amsterdam hoort Arthur via een vrouw, Andrea, dat Carola informant was voor een groep die een Duitse SD-officier wilde doden, en dat Oskar erbij betrokken was. Dan duikt Ernst op, een Duitser die zich voordoet als deserteur, maar een spion blijkt te zijn. Bij een worsteling verblindt Arthur hem per ongeluk met een gloeiende pook, waarna Ernst sterft. Arthur en Carola wikkelen het lichaam in een Nederlandse vlag en laten het in een gracht zakken.
Na de bevrijding hoort Arthur tegenstrijdige verhalen. De een zegt dat Oskar een officier doodde om een kameraad te redden, een ander noemt hem een lafaard en verrader. Arthur voelt dat hij "de echte oorlog" heeft gemist. In Brussel woont hij bij zijn vader, die een groot huis vol familieleden heeft. Hij heeft een verhouding met Gaby, die later spoorloos verdwijnt. Zijn vader wil dat hij vertrekt en regelt een vals paspoort. Arthur vindt nergens zijn plek. In de slotscène denkt hij dat hij huilt, maar in werkelijkheid bloedt hij dood.
Thema's en motieven
- Onkenbaarheid van de werkelijkheid. Niemand weet wat er echt is gebeurd; iedereen vertelt een andere versie.
- Identiteit. Wie aan de identiteit van anderen twijfelt, gaat ook aan zichzelf twijfelen. Arthur krijgt zelfs letterlijk een andere naam via een vals paspoort.
- Goed en fout. Het boek ondergraaft het naoorlogse beeld van heldhaftig verzet en laffe collaborateurs.
- Bedrog en wantrouwen. Bijna elk personage liegt of verzwijgt iets.
- De titel. De acacia staat voor onsterfelijkheid; tranen en bloed lopen in het slot door elkaar.
Personages
- Arthur Muttah: jonge hoofdpersoon, onzeker, op zoek naar zekerheid.
- Oskar Ossegal: zijn oudere vriend, wiens rol in het verzet onduidelijk blijft.
- Carola: Arthurs halfzus, van wie hij vermoedt dat ze Oskar heeft verraden.
- Andrea: vrouw uit Oskars omgeving die Arthur verhalen vertelt.
- Ernst: Duitser die zich voordoet als deserteur.
- Arthurs vader: woont in Brussel en wil vooral van zijn zoon af.
- Gaby: Arthurs vriendin in Brussel.
Stijl
Hermans schrijft koel, precies en vaak cynisch. De verteller laat geen zekerheden toe: informatie komt in stukjes, vaak via onbetrouwbare personages. De opbouw met twee verhaallijnen die samenkomen noemde Hermans zelf "gevorkt". De sfeer is grimmig en droomachtig, met veel aandacht voor lichamelijkheid. Seksuele passages zorgden ervoor dat sommige uitgevers het boek eerst niet wilden uitgeven.
Ontvangst
Bij verschijning was het boek omstreden. Critici vonden het somber en zelfs aanstootgevend, omdat het een bijna mensvijandig beeld van de oorlog gaf. Anderen, zoals Simon Vestdijk, zagen er een heel goed boek in. Het verscheen in dezelfde jaren als De Avonden en wordt samen daarmee vaak genoemd als voorbeeld van de nieuwe, desillusioneerde naoorlogse literatuur.
Waarom lees je het vandaag nog?
Het boek laat zien dat de oorlog niet zo zwart-wit was als vaak werd verteld. In een tijd van nepnieuws en tegenstrijdige verhalen voelt het thema van onzekerheid over de waarheid verrassend actueel. Het is ook een goede voorbereiding op Hermans' bekendere De donkere kamer van Damokles.
Tips voor je boekverslag
- Breng de twee verhaallijnen in kaart en geef aan waar ze samenkomen.
- Bespreek welke verhalen over Oskar Arthur hoort, en waarom hij geen zekerheid krijgt.
- Leg de titel uit en verbind die met het slot.
- Vergelijk het boek met De donkere kamer van Damokles: welke thema's komen terug?
Het boek is te leen bij de bibliotheek en als e-book. Meer naoorlogse boeken vind je bij de klassiekers.
Veelgestelde vragen
Wanneer verscheen De tranen der acacia's?
Het boek verscheen in 1949 bij Van Oorschot. De eerste helft was eerder als feuilleton verschenen in het tijdschrift Criterium.
Waar speelt De tranen der acacia's zich af?
In Amsterdam tijdens de laatste oorlogsjaren en de bevrijding, en daarna in Brussel.
Wat betekent de titel?
De acacia is een symbool van onsterfelijkheid. In het slot lopen tranen en bloed door elkaar: Arthur denkt dat hij huilt, maar hij bloedt.
Is Oskar een held of een verrader?
Dat wordt nooit duidelijk. Juist die onzekerheid is de kern van het boek.
Bijgewerkt: