Boekdrukkunst
Inhoud
De boekdrukkunst is de techniek om boeken te drukken met losse, herbruikbare metalen letters. In Europa wordt de uitvinding toegeschreven aan Johannes Gutenberg uit Mainz, die rond 1450 een werkend systeem ontwikkelde. Zijn beroemdste werk, de Gutenbergbijbel, was rond 1454–1455 klaar. Daarmee begon een revolutie: boeken konden sneller, goedkoper en in grotere aantallen worden gemaakt dan met overschrijven.
Hoe drukken met losse letters werkte
Gutenbergs vernieuwing zat niet in één onderdeel, maar in de combinatie:
- Gietinstrument: met een handgietinstrument kon hij snel grote aantallen identieke letters gieten uit een legering van lood, tin en antimoon.
- Zetten: de zetter plaatste de letters één voor één in een zethaak en bouwde zo regels en pagina's op.
- Inkt: een inkt op basis van olie, die goed aan metaal hecht, in plaats van de waterige inkt die schrijvers gebruikten.
- Pers: een houten pers, vermoedelijk afgeleid van wijnpersen, drukte papier gelijkmatig op de ingeïnkte letters.
Na het drukken werden de letters weer uit elkaar gehaald en gebruikt voor de volgende pagina. Een vel papier werd aan beide kanten bedrukt en daarna gevouwen; het aantal vouwen bepaalde het formaat, zoals folio of kwarto.
In Oost-Azië werd al eerder met losse letters gedrukt, onder meer in China en Korea. Gutenbergs systeem was echter geschikt voor het alfabet met zijn beperkte aantal tekens en verspreidde zich razendsnel door Europa.
De Costerlegende
In Nederland bestaat een eigen verhaal over de uitvinding. Volgens een traditie die vooral in de zestiende eeuw opgeschreven werd, zou de Haarlemmer Laurens Janszoon Coster de boekdrukkunst al vóór Gutenberg hebben uitgevonden. Op de Grote Markt in Haarlem staat zelfs een standbeeld van hem. Historici beschouwen het verhaal als een legende: er zijn geen betrouwbare bewijzen dat Coster bestond als drukker. Wel is zeker dat er in de Nederlanden al vroeg werd gedrukt, ook vóór de eerste gedateerde druk van 1473 in Utrecht. Over die vroegste drukken lees je meer bij incunabel.
Gevolgen
De boekdrukkunst had grote gevolgen:
- Boeken werden goedkoper en bereikten meer lezers.
- Teksten werden gestandaardiseerd: alle exemplaren van een druk waren gelijk, terwijl elk handschrift verschilde.
- Kennis verspreidde zich sneller, wat bijdroeg aan de Reformatie, de wetenschappelijke revolutie en later de Verlichting.
- Er ontstonden nieuwe beroepen: drukker, uitgever, boekverkoper.
- Bibliotheken groeiden, en er was behoefte aan nieuwe manieren om collecties te ordenen, zoals catalogi en classificaties.
De Republiek werd in de zeventiende eeuw een van de grote drukcentra van Europa, onder meer door de relatieve vrijheid van drukpers.
Boekdrukkunst en de bibliotheek nu
Bijzondere collecties in Nederland bewaren vroege drukken, drukletters en drukkersmerken. Veel oude gedrukte boeken, kranten en tijdschriften zijn gedigitaliseerd en doorzoekbaar via Delpher. De drukpers zelf is vervangen door offsetdruk en digitaal drukken, maar begrippen als zetten, letter en drukproef zijn gebleven.
Veelgestelde vragen
Wie heeft de boekdrukkunst uitgevonden?
In Europa wordt Johannes Gutenberg uit Mainz gezien als de uitvinder van drukken met losse metalen letters, rond 1450. In Oost-Azië werd al eerder met losse letters gedrukt.
Klopt het verhaal over Laurens Janszoon Coster?
Historici zien het als een legende zonder betrouwbaar bewijs. Het verhaal werd vooral in Haarlem gekoesterd.
Hoeveel Gutenbergbijbels zijn er nog?
Er zijn enkele tientallen exemplaren bewaard gebleven, compleet of gedeeltelijk, op papier en op perkament. Ze zijn verspreid over bibliotheken in Europa, Noord-Amerika en Japan.
Bijgewerkt: