Leesbevordering
Inhoud
Leesbevordering is alles wat erop gericht is dat mensen, vooral kinderen en jongeren, meer en met meer plezier gaan lezen. In Nederland is dat werk verdeeld over scholen, bibliotheken, ouders en een paar landelijke organisaties. Op deze pagina lees je waarom het nodig is, wie welke rol heeft en wat je als ouder of opvoeder zelf kunt doen.
Waarom leesbevordering nodig is
Het belangrijkste argument is de leesvaardigheid van jongeren. In het PISA-onderzoek van 2022 haalde ongeveer een derde van de Nederlandse 15-jarigen niet het basisniveau voor lezen, tegen ongeveer een kwart in 2018. De gemiddelde score daalde van 503 punten in 2015 naar 485 in 2018 en 459 in 2022. De resultaten van PISA 2025, gepubliceerd in september 2026, laten opnieuw een daling zien: bijna 40 procent haalde het basisniveau niet.
Onderzoekers wijzen er wel op dat "niet het basisniveau halen" niet hetzelfde is als laaggeletterd zijn. Het betekent dat jongeren moeite hebben met het begrijpen en beoordelen van langere of complexere teksten. Dat raakt aan schoolsucces, maar ook aan het kunnen volgen van nieuws, het invullen van formulieren en het lezen van gezondheidsinformatie.
Het tweede argument is leesplezier. Uit onderzoek dat Stichting Lezen verzamelt in de Leesmonitor blijkt steeds weer hetzelfde patroon: kinderen die lezen leuk vinden, lezen vaker, en wie vaker leest, krijgt een grotere woordenschat en een beter tekstbegrip. Leesbevordering richt zich daarom niet alleen op techniek, maar vooral op motivatie.
Wie doet wat?
| Organisatie | Rol |
|---|---|
| Stichting Lezen | Landelijk kenniscentrum voor leesbevordering; financiert programma's, verzamelt onderzoek (Leesmonitor) en organiseert het congres Lezen Centraal |
| Stichting CPNB | Organiseert de grote publiekscampagnes: Nationale Voorleesdagen, Boekenweek, Kinderboekenweek en de Kinderjury |
| Openbare bibliotheken | Voeren BoekStart en de Bibliotheek op school uit, organiseren activiteiten en geven leesadvies; ook de campagne Heel Nederland Leest |
| Scholen | Verantwoordelijk voor leesonderwijs, vaak in samenwerking met de bibliotheek |
| Stichting Lezen & Schrijven | Richt zich op volwassenen met moeite met lezen, schrijven en rekenen |
De overheid financiert een groot deel van dit werk. In haar toespraak op Lezen Centraal in april 2026 noemde staatssecretaris Judith Tielen scholen en bibliotheken "de belangrijkste pijlers" en meldde ze dat er voor de Bibliotheek op school in 2027 38 miljoen euro en vanaf 2028 jaarlijks 50 miljoen euro beschikbaar is.
De doorgaande leeslijn
Leesbevordering in Nederland is opgebouwd als een doorgaande lijn per leeftijd:
- 0 tot 4 jaar: BoekStart stimuleert ouders om al met baby's boekjes te delen, via de bibliotheek en het consultatiebureau. Zie ook voorlezen aan je baby.
- 4 tot 12 jaar: de Bibliotheek op school brengt een collectie, een leesconsulent en leesmonitoring naar de basisschool.
- 12 tot 18 jaar: in het voortgezet onderwijs gaat het vooral om keuzevrijheid en aansluiting bij de belevingswereld; lees meer op leesplezier bij tieners.
- Volwassenen: Taalhuizen in de bibliotheek en campagnes rond laaggeletterdheid.
Daarnaast zijn er ambassadeurs die lezen zichtbaar maken, zoals de Kinderboekenambassadeur.
Wat werkt volgens onderzoek
Uit het onderzoek naar leesbevordering komen een paar principes steeds terug:
- Vrije keuze. Kinderen lezen meer als ze zelf mogen kiezen, ook als dat strips, informatieve boeken of "makkelijke" boeken zijn.
- Een rijk aanbod. Een goed gevulde, actuele schoolbibliotheek of boekenkast thuis maakt het verschil.
- Tijd om te lezen. Vaste momenten van vrij lezen, op school en thuis.
- Praten over boeken. Kinderen die hun leeservaringen kunnen delen, lezen met meer betrokkenheid.
- Een lezend voorbeeld. Ouders, leerkrachten en oudere broers of zussen die zelf lezen.
- Blijven voorlezen. Ook als een kind zelf kan lezen. Zie voorlezen.
Wat je als ouder kunt doen
Je hoeft geen expert te zijn om leesbevorderaar te zijn. Neem je kind mee naar de bibliotheek en laat het zelf kiezen; een jeugdabonnement is bij de meeste bibliotheken gratis. Lees zelf zichtbaar, ook op je telefoon of e-reader. Praat over wat jullie lezen zonder er een overhoring van te maken. En vier de boekenfeesten mee: de Kinderboekenweek en de Nationale Voorleesdagen zijn goede aanleidingen om samen een boek uit te zoeken.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen leesbevordering en leesonderwijs?
Leesonderwijs leert kinderen de techniek en strategieën van lezen. Leesbevordering richt zich op de motivatie om te lezen: plezier, gewoonte en een passend aanbod. De twee versterken elkaar.
Wat doet Stichting Lezen?
Stichting Lezen is het landelijke kennis- en expertisecentrum voor leesbevordering. De stichting financiert en ontwikkelt programma's zoals BoekStart en de Bibliotheek op school, verzamelt onderzoek in de Leesmonitor en organiseert jaarlijks het congres Lezen Centraal.
Helpt het als mijn kind strips leest?
Ja. Strips en graphic novels vragen echte leesvaardigheid en kunnen een opstap zijn naar andere boeken. Belangrijker dan de vorm is dat je kind regelmatig en met plezier leest.
Is leesbevordering alleen voor kinderen?
Nee. Er zijn ook programma's voor volwassenen, zoals de Taalhuizen in de bibliotheek, leesclubs en campagnes als Heel Nederland Leest.
Bijgewerkt: