Pietje Bell

Inhoud
  1. Waar gaat Pietje Bell over?
  2. Samenvatting
  3. De reeks
  4. Thema's en motieven
  5. Personages
  6. Stijl
  7. Ontvangst en verfilmingen
  8. Waarom lees je het vandaag nog?
  9. Tips voor je boekverslag
  10. Veelgestelde vragen

Pietje Bell van Chris van Abkoude is het verhaal van een Rotterdamse jongen die de ene kwajongensstreek na de andere uithaalt. Hij bedoelt het meestal goed, maar zijn plannen lopen bijna altijd uit de hand. Het boek uit 1914 was het begin van een hele reeks en is een van de eerste Nederlandse kinderboeken waarin een ondeugende jongen de held is in plaats van een braaf voorbeeld.

AuteurChris van Abkoude (1880–1960)
Verschenen1914, Kluitman; oorspronkelijke titel Pietje Bell, of De lotgevallen van een ondeugenden jongen
GenreHumoristisch kinderboek
LeeftijdMeestal aangeraden vanaf ongeveer 9 jaar
Tijd en plaatsRotterdam, begin twintigste eeuw
VerfilmingenDe avonturen van Pietje Bell (1964), Pietje Bell (2002) en Pietje Bell 2 (2003)

Waar gaat Pietje Bell over?

Pietje is de zoon van een schoenmaker in de Rotterdamse Breestraat. Op de dag dat hij geboren wordt, koopt zijn vader al een stokpaardje en een speelgoedsabel voor hem. Dat is een voorteken: Pietje wordt een echte deugniet. Zijn vader, die door iedereen Jan Plezier wordt genoemd, kan vaak hartelijk lachen om de streken van zijn zoon. Zijn moeder en zijn zus Martha vinden ze een stuk minder grappig.

Naast de familie Bell woont de drogist Geelman, wiens zoon Jozef het toonbeeld is van een keurig kind. Pietje is zijn tegenpool. Het boek bestaat uit een reeks avonturen, van kleine ongelukjes tot flinke rampen. Je kunt het als een verzameling losse verhalen lezen, maar je ziet Pietje ook langzaam ouder worden.

Samenvatting

Let op: spoilers. Hieronder lees je wat er in het verhaal gebeurt, inclusief het einde.

Als kind veroorzaakt Pietje voortdurend chaos. Wanneer de gierige en zure tante Cato bij de familie logeert, zet hij haar pruik op en probeert hij met een touw een wrat van haar neus te trekken. Op een bruiloftsfeest laat hij de kraan van het bad openstaan, zodat het huis onder water loopt. Bij Sinterklaas geeft hij in het geheim bezittingen van de familie weg, wat daarna weer moeizaam moet worden rechtgezet.

Als zijn vader eindelijk streng wordt, loopt Pietje van huis weg. Hij komt terecht bij een circus, waar hij bijna door een leeuw wordt gedood. Het boek laat ook zijn zachte kant zien: wanneer zijn onderwijzer, meester Ster, ziek wordt en overlijdt, is Pietje diep geraakt. Op oudejaarsavond verkleedt hij zich nog één keer als spook om mensen te laten schrikken. Daarna neemt hij zich voor om voortaan beter zijn best te doen. Of dat lukt, lees je in de vervolgdelen.

De reeks

Na het eerste boek schreef Van Abkoude nog zeven delen: De vlegeljaren van Pietje Bell (1920), De zonen van Pietje Bell (1922), Pietje Bell's goocheltoeren (1924), Pietje Bell in Amerika (1929), Nieuwe avonturen van Pietje Bell (rond 1931–1932), Pietje Bell is weer aan de gang (1934) en Pietje Bell gaat vliegen (1936). Het laatste deel is volgens de bronnen grotendeels door een ander geschreven.

Thema's en motieven

  • Kattenkwaad met een goed hart. Pietje is ondeugend, maar niet gemeen.
  • Braaf tegenover ondeugend. De keurige Jozef Geelman staat tegenover de levenslustige Pietje.
  • Opvoeding. De ouders verschillen van mening over hoe streng ze moeten zijn.
  • Volwassen worden. Aan het eind wil Pietje zijn leven beteren.

Personages

  • Pietje Bell: de ondeugende hoofdpersoon.
  • Pieter Bell ("Jan Plezier"): zijn vrolijke vader, schoenmaker.
  • Moeder Bell en Martha: zijn moeder en zus, die zijn streken afkeuren.
  • Tante Cato: een gierige, zure tante.
  • Drogist Geelman en Jozef: de buurman en zijn modelzoon.
  • Meester Ster: Pietjes onderwijzer.

Stijl

Van Abkoude was onderwijzer en kindervriend in Rotterdam. Hij wilde af van de belerende toon van de kinderboeken uit zijn tijd. Zijn stijl is luchtig, vol slapstick en overdrijving. Sommige woorden en gewoonten zijn verouderd, en latere uitgaven zijn daarom vaak aangepast aan modern Nederlands.

Ontvangst en verfilmingen

De boeken werden enorm populair en zijn generaties lang herdrukt. In 1964 maakte Henk van der Linden de film De avonturen van Pietje Bell. Maria Peters regisseerde in 2002 Pietje Bell en in 2003 Pietje Bell 2: De jacht op de tsarenkroon; die films gebruiken de personages, maar vertellen een eigen verhaal. Dick Matena maakte een stripversie, en in 2005–2006 liep er een musical.

Waarom lees je het vandaag nog?

Pietje Bell is een van de eerste echte kwajongens in de Nederlandse kinderliteratuur. Zonder hem was er misschien geen ruimte geweest voor latere ondeugende kinderhelden. Het boek is grappig, makkelijk te lezen en geeft tegelijk een beeld van Rotterdam rond 1900.

Tips voor je boekverslag

  • Kies je favoriete streek en leg uit waarom die misloopt.
  • Vergelijk Pietje met Jozef Geelman.
  • Bespreek hoe de vader en moeder anders reageren op Pietje.
  • Vergelijk het boek met de film van Maria Peters uit 2002.
  • Lees ook Kruimeltje, ook van Chris van Abkoude en ook in Rotterdam.

Het boek is te leen bij de bibliotheek, ook digitaal via de online bibliotheek voor kinderen. Kinderen zijn meestal gratis lid; lees meer over het jeugdlidmaatschap. Meer jeugdklassiekers vind je bij de klassiekers.

Veelgestelde vragen

Waar woont Pietje Bell?

In Rotterdam, in het huis van zijn vader, de schoenmaker, aan de Breestraat.

Hoeveel Pietje Bell-boeken zijn er?

Acht, verschenen tussen 1914 en 1936. Het eerste deel heet gewoon Pietje Bell.

Wie is Jan Plezier?

Dat is de bijnaam van Pietjes vader, de vrolijke schoenmaker Pieter Bell.

Zijn de films hetzelfde als het boek?

Nee. De films van Maria Peters uit 2002 en 2003 gebruiken de personages, maar vertellen een nieuw avontuur.

Bijgewerkt: