Hoofdstuk 5: De huiswerkhelper
Dit verhaal is geschreven met behulp van AI.
Floor vertelde het niet aan opa. Ze wist niet hoe. Elke keer dat ze het wilde zeggen, bleven de woorden in haar keel steken, net als een te grote hap droge cracker.
Ze vertelde het ook niet aan mama. Dan zou mama weten dat ze had staan luisteren.
Dus vertelde ze het aan niemand. Ze droeg het met zich mee, de hele week, als een steen in haar schooltas.
Op donderdag had ze haar spreekbeurt. Dat stond al weken op het bord in de klas. Floor had haar onderwerp lang geleden gekozen, nog voor de pannenkoek en de fontein en de sokken. Ze had het op een groot vel papier geschreven, met stiften in vijf kleuren:
MIJN OPA DE UITVINDER.
„Je mag iets meenemen om te laten zien”, had juf Marieke gezegd. „Een voorwerp. Iets wat bij je onderwerp past.”
Floor wist meteen wat ze wilde meenemen.
Om half negen stond opa voor de deur van groep 7, met de huiswerkhelper in zijn armen. Hij had zijn nette broek aan en zijn haar gekamd. Floor had hem nog nooit zo zenuwachtig gezien.
„Ik ben in vijftig jaar niet op een school geweest”, fluisterde hij.
„Je hoeft alleen maar te staan”, fluisterde Floor terug. „Ik doe het praten.”
De huiswerkhelper was een houten plank met daarop een rij van vijf pennen. Het waren ouderwetse vulpennen, die opa op de rommelmarkt had gekocht. Ze zaten allemaal vast aan dezelfde metalen stang. Als je één pen bewoog, bewogen de andere vier precies mee. En aan de zijkant zat een glazen potje met blauwe inkt, met dunne slangetjes naar de pennen, zodat ze nooit leeg raakten.
„Zo schrijf je alles vijf keer tegelijk”, had opa uitgelegd. „Handig voor strafregels.”
„Ik krijg nooit strafregels”, had Floor gezegd.
„Dan voor je tafels.”
Opa zette de huiswerkhelper op de tafel van juf Marieke. De hele klas boog naar voren om te kijken. Floor zag Senna op de tweede rij. Senna Bakir was Floors beste vriendin, al vanaf groep 1. Ze stak twee duimen omhoog. Achterin zat Jesse Pronk met zijn armen over elkaar. Hij gaapte heel hard, zodat iedereen het kon horen.
Floor haalde diep adem en begon.
Ze vertelde over de schuur. Over de veertig jaar dat opa daar fietsen had gemaakt. Over het bord boven de deur. Over de pannenkoekenkatapult en de paraplufiets. Bij de fontein moest de klas lachen, maar het was niet gemeen. Ze vertelde over de kippenwekker, en toen moest zelfs juf Marieke lachen.
„En nu”, zei Floor, „laat mijn opa zijn huiswerkhelper zien.”
Opa stapte naar voren. Hij legde vijf vellen papier onder de vijf pennen. Toen pakte hij de eerste pen beet.
„Ik ga de tafel van zeven schrijven”, zei hij. „Vijf keer tegelijk. Let goed op.”
Hij schreef: 1 x 7 = 7. De andere vier pennen schreven precies hetzelfde. Er ging een oooh door de klas.
2 x 7 = 14. Weer vijf keer.
„Hoe werkt dat?” riep een jongen achterin.
„Met een stang”, zei opa, en hij keek een beetje trots. „En met inkt uit dit potje. Kijk, als ik hier een beetje druk, gaat het sneller.”
Hij drukte op het potje.
Er klonk een zacht plop.
Eén van de slangetjes schoot los van de pen. Het zwiepte door de lucht als een kleine, blauwe slang. En het spoot. Het spoot een straal inkt over het papier, over de tafel, over het whiteboard. En over juf Marieke.
Juf Marieke had een witte blouse aan. Nu niet meer. Nu had ze een witte blouse met een grote, blauwe streep van haar schouder tot haar riem.
Opa probeerde het slangetje te pakken. Daardoor kneep hij nog harder in het potje. Er kwam nog een straal. Die ging recht op het raam af. Er liep een blauwe druppel langzaam over het glas naar beneden.
Toen had opa het slangetje eindelijk vast. Hij klemde het dicht tussen duim en wijsvinger.
Niemand zei iets. Niemand bewoog. Floor wilde door de grond zakken. Ze wilde onder de tafel kruipen en daar blijven tot ze achttien was.
Juf Marieke keek naar haar blouse. Ze keek naar het whiteboard. Toen keek ze naar opa.
En toen begon ze te lachen.
Het was geen beleefd lachje. Het was een echte, grote lach, met haar hoofd achterover. Ze moest steun zoeken bij de tafel. En toen lachte de hele klas mee. Senna lachte zo hard dat ze van haar stoel gleed. Zelfs Jesse grinnikte, al deed hij snel weer stoer.
„Meneer Van Gils”, zei juf Marieke, toen ze weer kon praten. „Dit is de beste spreekbeurt die ik dit jaar heb gezien.”
Na de spreekbeurt kwamen er vragen. Heel veel vragen. Iedereen stak zijn vinger op.
„Hoe hard schiet die pannenkoekenkatapult?”
„Kun je ook een machine maken die je kamer opruimt?”
„Mogen we een keer in de schuur komen kijken?”
Opa beantwoordde ze allemaal. Hij was niet meer zenuwachtig. Hij leunde tegen de tafel van de juf, met inkt aan zijn vingers, en vertelde over tandwielen en veren en dat je nooit moest opgeven als iets misging.
„Want bijna alles gaat de eerste keer mis”, zei hij. „Ook bij echte uitvinders. Die zijn alleen heel goed in het nog een keer proberen.”
Floor keek naar hem. Hij zag er jonger uit. Zijn ogen glommen. En de klas keek naar hem alsof hij een tovenaar was.
Toen de bel ging voor de pauze, kwam Senna naar haar toe.
„Floor”, zei ze. „Doen jullie echt mee met die uitvindersmarkt?”
„Ja.”
„Mag ik helpen?”
Floor keek haar verbaasd aan. „Waarom?”
Senna haalde haar schouders op. Er zat een blauwe vlek op haar wang. „Omdat het de leukste opa van de wereld is”, zei ze. „En omdat ik goed ben in tekenen. Jullie hebben vast een tekening nodig. Een bouwtekening, of zo.”
Floor merkte dat ze glimlachte. Voor het eerst die hele week.
„Ja”, zei ze. „Die hebben we nodig.”
Na school liepen Floor, Senna en opa samen naar huis. Opa droeg de huiswerkhelper. Hij floot. Hij floot weer, voor het eerst sinds de brief.
„Ze willen allemaal komen kijken”, zei hij. „Woensdag. Ik heb gezegd dat het mag.”
„Allemaal?” vroeg Floor.
„Nou ja. Zeven of acht.” Hij grinnikte. „Ik moet maar eens opruimen.”
Ze sloegen de Kerkstraat in. En toen bleef opa ineens stilstaan.
In het gras naast zijn schuur stond een bord. Een groot, wit bord op twee houten palen. Iemand moest het die ochtend hebben neergezet. Er stond een tekening op van een parkeerplaats, met keurige witte strepen en drie boompjes in bakken. En eronder, in grote zwarte letters:
HIER KOMT: PARKEERTERREIN DORPSHUIS. START WERKZAAMHEDEN 2 DECEMBER.
Opa zette de huiswerkhelper voorzichtig neer op de stoep. Hij keek een hele tijd naar het bord. Naar de witte strepen, precies op de plek waar nu zijn schuur stond.
„Zes weken”, zei hij zacht.
Floor pakte zijn hand. Die was koud en zat onder de inkt.
„Dan hebben we nog zes weken”, zei ze.