Leenrecht bij de bibliotheek
Inhoud
Leenrecht is de vergoeding die bibliotheken betalen aan makers zoals schrijvers, illustratoren en vertalers omdat ze hun werk uitlenen. Lenen is volgens de Auteurswet een vorm van openbaarmaking. Dat mag zonder toestemming van de maker, maar alleen als er een 'billijke vergoeding' tegenover staat. Jij als lener merkt daar niets van: de bibliotheek betaalt het uit haar budget.
Waar komt het leenrecht vandaan?
De basis is Europees. Richtlijn 92/100/EEG van 19 november 1992 harmoniseerde de regels voor verhuur en uitlening van auteursrechtelijk beschermd werk in de lidstaten. Nederland verwerkte dat in de Auteurswet; sinds eind 1997 valt het uitlenen van beschermde werken onder de auteursrechtelijke regels.
De belangrijkste artikelen:
- Artikel 12 van de Auteurswet rekent het uitlenen van een werk tot het openbaar maken ervan.
- Artikel 15c bepaalt dat uitlenen geen inbreuk is, mits de uitlener een billijke vergoeding betaalt. Bepaalde instellingen zijn vrijgesteld.
- Artikelen 15d tot en met 15f regelen dat de inning loopt via een rechtspersoon die de minister aanwijst.
De tekst staat op wetten.overheid.nl.
Wie int en verdeelt het geld?
De door de minister van Justitie aangewezen organisatie is de Stichting Leenrecht. Zij int de leenrechtvergoeding bij openbare bibliotheken, maar ook bij bijvoorbeeld artotheken, speel-o-theken en uitleendiensten voor muziek. Het geld gaat via verdeelorganisaties per groep rechthebbenden naar de makers en andere rechthebbenden, volgens een verdeelsleutel. Voor geluids- en beelddragers speelt ook de Wet op de naburige rechten een rol.
De hoogte van het tarief per uitlening wordt niet door de bibliotheek zelf bepaald, maar in onderhandeling tussen vertegenwoordigers van de rechthebbenden en van de uitleners. Het tarief kan daardoor per periode veranderen. Exacte bedragen staan op de site van de Stichting Leenrecht; wij noemen ze hier niet omdat ze regelmatig wijzigen.
Geldt leenrecht ook voor e-books?
Ja. Op 10 november 2016 oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie in een zaak die de Vereniging Openbare Bibliotheken had aangespannen tegen de Stichting Leenrecht, dat het uitlenen van een e-book onder voorwaarden gelijk kan worden gesteld aan het uitlenen van een papieren boek. Het ging om het model 'one copy, one user': één digitaal exemplaar dat steeds maar door één lener tegelijk gebruikt kan worden. Voor de online Bibliotheek worden licenties in de praktijk landelijk ingekocht door de KB, en de vergoeding aan makers loopt via die afspraken; zie ook e-books lenen.
Schoolbibliotheken: van vrijstelling naar vergoeding
Tot nu toe waren scholen vrijgesteld van leenrechtvergoeding. Dat wordt een probleem nu steeds meer kinderen hun boeken op school lenen in plaats van bij de openbare bibliotheek, bijvoorbeeld via de Bibliotheek op school. Kinder- en jeugdboekenmakers mislopen daardoor vergoedingen.
Wetsvoorstel 36 902, ingediend in februari 2026, heft die vrijstelling op voor scholen in het primair, voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs en voor mbo-instellingen. De vergoeding komt dan voor rekening van het ministerie van OCW, niet van de scholen zelf. Het voorstel verduidelijkt ook de regels voor de onderhandelingen over de vergoeding. Meer over dit wetsvoorstel lees je bij zorgplicht voor gemeenten.
Wat betekent leenrecht voor schrijvers?
Voor veel auteurs vormt de leenrechtvergoeding een kleine maar stabiele inkomstenbron, vooral voor wie veel gelezen wordt in de bibliotheek, zoals kinderboekenschrijvers. Omdat jeugdboeken volgens het CBS in 2025 goed waren voor ruim 31 miljoen van de 51,6 miljoen fysieke uitleningen, is de verschuiving naar schoolbibliotheken voor hen relevant. Over Nederlandse auteurs lees je meer in de rubriek schrijvers.
Leenrecht in andere landen
Het leenrecht is Europees geregeld, maar landen vullen het verschillend in. In België betalen de overheden een vast bedrag per ingeschreven lener per jaar, in plaats van een bedrag per uitlening. Buiten Europa kennen landen als Canada en Australië een vergelijkbaar systeem (public lending right) dat vaak wordt gezien als cultuursubsidie voor auteurs.
Veelgestelde vragen
Betaal ik leenrecht als ik een boek leen?
Nee, niet rechtstreeks. De bibliotheek betaalt de leenrechtvergoeding uit haar eigen budget. Het zit dus indirect in de gemeentelijke subsidie en je contributie.
Wie krijgt het leenrechtgeld?
Makers en andere rechthebbenden, zoals schrijvers, illustratoren, vertalers en uitgevers. De Stichting Leenrecht int het geld en geeft het via verdeelorganisaties door.
Geldt leenrecht ook voor schoolbibliotheken?
Nu nog niet, scholen zijn vrijgesteld. Het wetsvoorstel 36 902 uit 2026 wil die vrijstelling opheffen, waarbij OCW de vergoeding betaalt.
Bijgewerkt: